Recent heeft de Inspectie van Leefomgeving en Transport (ILT) de cijfers van 2024 over de bedrijfsinspecties gepubliceerd, waar 117 inspecties hebben plaatsgevonden. Naast bedrijfsinspecties worden ook controles aan boord van schepen uitgevoerd, de objectinspecties. Dit waren er in 2024 in totaal 391.
Voor de uitvoering van deze inspecties zijn werkinstructies opgesteld voor de inspecteurs die deze uitvoeren. Deze werkinstructies zijn terug te vinden op de website van ILT.
De resultaten van deze inspecties worden gedeeld met de ondernemer en in grote lijnen ook met Koninklijke Binnenvaart Nederland (KBN). Daarnaast krijgen we ook vragen van leden over de inspectie en de resultaten hiervan. Een aantal daarvan komt vaker voor en zullen we nader toelichten:
Ondernemen in de binnenvaart
In de Binnenvaartwet (artikel 2.6) is aangegeven dat u als zelfstandig ondernemer in de binnenvaart kunt beginnen als u in het bezit bent van een bewijs van vakbekwaamheid of indien minimaal één persoon binnen de onderneming in het bezit is van dit bewijs. Een bewijs van vakbekwaamheid kan worden aangevraagd bij KIWA. Op deze site is terug te vinden welke diploma’s recht geven op het bewijs van vakbekwaamheid.
U kunt de vakbekwaamheid aantonen als uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel blijkt dat er iemand in het bedrijf is met een volledige volmacht, die de leiding heeft over het vervoer en dit ook voortdurend doet.
U kunt ook een historische vakbekwaamheid aanvragen. Hiervoor moet u bewijs leveren dat u voor 1993 wettelijk het beroep van ondernemer in het nationale of internationale goederenvervoer over de binnenwateren heeft uitgeoefend. Dit bewijs kan bijvoorbeeld een KVK-uittreksel van voor 1993 zijn, een aankoopakte van de notaris, een uittreksel van het kadaster, of een oude vergunning of bevrachtingsboekje.
Het bewijs van vakbekwaamheid hoeft niet aan boord van het schip voor controle beschikbaar te zijn, maar kan worden gecontroleerd op het kantoor van de eigenaar of de exploitant van het binnenschip of op grond van gegevens uit het handelsregister. Dat betekent dat bij veranderingen in de onderneming door bijvoorbeeld overname of vertrek van medewerkers het belangrijk is om te kijken of er nog iemand binnen de onderneming is met een bewijs van vakbekwaamheid en of deze op de juiste manier is geregisterd.
Arbeids- en rusttijden in B-vaart
Controles in de B-vaart zorgen nog wel eens voor vragen over de rusttijd als wordt gewerkt in een schema van 8 uur op, 8 uur af.
Op een schip hebben werknemers te maken met de rusttijden uit het RSP en het Arbeidstijdenbesluit Vervoer, beiden terug te vinden in de Nederlandse wetgeving.
Voor de B-vaart (24 uur) betekent dit dat een medewerker:
-
een rusttijd heeft van minstens 10 uur in elke aaneengesloten tijdruimte van 24 uur. Hiervan moet minimaal 6 uur ononderbroken zijn.
-
een rusttijd heeft van 24 uren in een aaneengesloten periode van 48 uren, te rekenen vanaf het begin van een rusttijd van minstens 6 uren.
-
een bemanningslid dat werknemers i heeft een rusttijd van minstens 84 uren in elke periode van 7 dagen.
Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Dat betekent, dat bij een schema van 8 uur op, 8 uur af er in 48 uur niet voldoende rust is. De werknemer komt dan per 48 uur 2 uur rust te kort.
Zoals de werkinstructie aangeeft, zal de constatering van dit rusttekort van 2 uur niet leiden tot een boete. Tenzij er meer constateringen zijn op het gebied van arbeids- en rusttijden of er klachten zijn binnengekomen.
|