Betere zorg begint vandaag
Vrolijk en geïnspireerd liep ik na het UNICUM Symposium op 19 maart naar mijn auto. Een middag vol gave voorbeelden van samenwerking en zorgvernieuwing, van aandacht voor eenzaamheid van ouderen, voor hoe je wél goed kunt samenwerken binnen de privacywetgeving, hoe we gezondheidsverschillen kunnen terugdringen tot echt bétere artrosezorg binnen de eerste lijn. Allemaal mensen die zorgvernieuwing echt handen en voeten geven. Betere zorg begint vandaag. Het symposium was de slogan meer dan waard.
Op de key note lezing van Pim Valentijn zal ik nog een tijdje broeden. Dr. Pim Valentijn is lector op de Hanze Hogeschool en eigenaar van adviesbureau Essenburgh. Hij schetste helder hoe zorgsystemen met een sterke eerste lijn betere en goedkopere zorg leveren, met meetbare verschillen in ziektelast en sterfte. Maar hij schetste ook hoe Nederland daarin bepaald niet vooroploopt en hoe miljarden euro’s verspild worden door fragmentatie, onnodige zorg en bureaucratie. We kunnen vandaag nog beginnen om dat te veranderen. Door samen te werken. In het zorgnetwerk.
Een waarheid als een koe. Maar elke keer dat ik begon met de bedoeling een positief en optimistisch voorwoord te schrijven voor deze Upd@te, gingen toch mijn gedachten weer naar een schrijnende situatie in onze praktijk.
Morgen ga ik stoïcijns verder met zoeken naar een psychiater voor een kwetsbare man die flink uit zijn evenwicht is. De zes GGZ-organisaties die ik al heb gesproken, stuk voor stuk kampioenen in samenwerking als je hun websites gelooft, kunnen helaas niet helpen, hebben de nodige expertise niet in huis, mogen niet buiten hun regio, vinden de intelligentie van de patiënt te laag, of mogelijk niet laag genoeg, vrezen dat verslaving een te grote rol speelt, of hebben vraagtekens bij zijn motivatie. Instellingen beloven terug te bellen maar doen het niet, verwijzen naar de buurorganisatie, of naar de politie, of willen eventueel wel overwegen een verwijzing in behandeling te nemen als de patiënt – met zijn lichte verstandelijke beperking en autismeproblematiek – zélf zijn hulpvraag duidelijk kan neerleggen. Stuur de verwijsbrief maar, u hoort over vier maanden verder. En nee, een advies om de dreigende crisis te bezweren, dat hebben ze niet.
Samenwerken, daar moet je niet over praten, maar dat moet je doen. Op de een of andere manier lukt dat hier dus niet. Als huisarts slaap ik hier slecht van. Maar de echte pijn ligt bij de patiënt zelf – best een aardige en dappere jongeman als hij niet al te veel stress in zijn leven heeft. En bij zijn woonbegeleiders en bij zijn betrokken familie. Die weten het ook niet meer. En al die vriendelijke aanmeldfunctionarissen, casemanagers, coördinatoren die ik aan de telefoon heb, snappen ook best dat dit urgent is, dat ik deze zorg als huisarts écht niet kan leveren. Alleen steekt echt werkelijk niemand écht een helpende hand toe. Het netwerk waarbinnen we samenwerken met de GGZ lijkt eerder een doolhof. Dat doodloopt.
Als coöperatiebestuurder intrigeert mij dit. Hoe zit dit nou in elkaar? Welke keuzes zijn gemaakt bij de inrichting van dit netwerk dat het kennelijk voor de collega’s in de specialistische ggz – die ik van de werkvloer toch ken als kundig en betrokken - nodig is om de voordeur zo dicht te houden? Kunnen we dit analyseren zodat we in ieder geval snappen hoe het niet moet? Wat kost het aan inspanningen en geld van alle betrokkenen om elke keer weer tegen een muur aan te lopen? Is dit ook die verspilling waar Pim Valentijn het over heeft? Hoe dringen we die terug?
Het leert mij ook wat. Namelijk dat we bij de lokale en regionale samenwerking waar we bij UNICUM en de lokale samenwerkingsverbanden zo hard aan bouwen, de bedoeling voor ogen moeten houden. Dat het we het zó moeten inrichten dat we de patiënten en elkaar écht helpen. Aan de slag!